De tandheelkunde kan niet zonder verzekeraars

Het NT vroeg vijf willekeurige tandartsen naar hun mening over deze stelling die verwijst naar het interview in NT14/2010, p.26

Om te kunnen stemmen dient u eerst in te loggen.

Mark Michael, tandarts in Voorburg
“Voor een volwassen patiënt is een aanvullende tandartsverzekering duur en niet altijd aantrekkelijk. Gezonde monden verzekeren zich minder vaak, dus verdwijnt het sociale draagvlak en worden premies onbetaalbaar. Verzekeraars bemoeien zich na de stelselwijziging ook vaker inhoudelijk met de zorg. Dit is, net als teveel commercie in de zorg en de uitwassen van de wet BIG, een onwenselijke ontwikkeling. De tandarts moet zijn beslissingen autonoom, onafhankelijk van een verzekeraar, kunnen blijven nemen. Binnen de jeugdzorg heeft de verzekeraar een functie, bij de zorg voor volwassenen niet.”
Anne Guus Teerhuis, tandarts in Amsterdam
“Vakinhoudelijk kunnen we ze missen als kiespijn, maar de tandheelkunde kost nu eenmaal geld. De verzekeraar bepaalt hoeveel geld en beïnvloedt daarmee welke zorg de patiënt afneemt. Neem nou de tandarts die blijft pushen voor een kroon in plaats van nog maar een keer zo’n Barbapappavulling ofwel blubber in een automatrix; de patiënt kijkt vooral naar zijn verzekeringspakket en eigen bijdrage. De verzekeraar is vaak bepalend. Het is dus touwtrekken tussen de twee, en geen van beiden kan het touw loslaten, want dan is het spelletje voorbij. En dan is het de vraag wie er gewonnen heeft.”
Vy Ta Cam, tandarts in Spijkenisse
“In landen om ons heen zijn er voldoende voorbeel-den dat een tandheelkundige verzekering niet noodzakelijk is. Daar zie je wel vaak een hogere behandeldrempel, meestal zijn pijnklachten het motief om de tandarts te bezoeken. Preventieve zorg en jeugdzorg ontbreken vaak, dus wordt er geen toekomstbasis gecreëerd en vanwege de kosten is er een verschuiving van sociaal-financiële aard in het patiëntenaanbod. In ons land is door een investering door onder meer tandartsen in tijd, energie en geld een bijzondere tandheelkundige standaard bereikt, die we alleen met Zweden en Canada delen.”
Cor van den Donk, tandarts in Breezand
“We moeten voorzichtig zijn met zorgverzekeraars. In de autoschadebranche werd vijftien jaar terug een declaratiesysteem met redelijke honorering ingevoerd. Iedereen tevreden. Vervolgens kwam er de ‘preferred provider’, werden tarieven geleidelijk tot op het bot uitgeknepen en werd het geëiste kwaliteitsniveau opgevoerd. Steeds meer doen voor minder geld. Verzekeraars hebben de tijd. Alleen de schadebedrijven die zonder contract werken, verdienen nog het zout in de pap. Als wij de verzekeraars niet op afstand houden, gaan we dezelfde kant op. NMT, praat eens met een schadebedrijf.”
Ferry van Overbeek, tandarts in Oosterhout
“Patiënten zijn door hun verzekering gemotiveerd om hun gebit verantwoord te onderhouden. Dit wordt door de verzekeraar betaalbaar gehouden. Wat de vergoeding per verzekeraar betreft, is de situatie echter bijzonder onoverzichtelijk. Het zou minder bureaucratie geven als de verzekeraars hiervoor één systeem zouden hanteren, met een vergoeding die afhankelijk is van de betaalde premie. En laat patiënt en tandarts vrij in het besteden van dit bedrag. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat voor de behandeling eerst de premievoorwaarden moeten worden doorgenomen.”
alle stellingen